hoed

Actuele rechtspraak januari 2017

GEEN VERBODEN ONDERSCHEID OP GROND VAN LEEFTIJD DOOR PENSIOENFONDS BIJ HET AFSCHAFFEN VAN VOORWAARDELIJK PENSIOEN VOOR WERKNEMERS GEBOREN VANAF 1950.

 

College rechten van de mens 19 januari 2017, oordeel 2017-3

Het Pensioenfonds PWRI heeft deze regeling afgeschaft voor deze werknemers. Het College acht geen verboden leeftijdonderscheid aanwezig, waarbij het College veel betekenis toekent dat de afspraak is gemaakt door de sociale partners: “moet worden meegewogen dat de afschaffing van de B-regeling tot stand is gekomen na collectieve onderhandelingen en deel uitmaakt van een groter pakket aan maatregelen. […]. Het College oordeelt dat verweerster rekening mag houden met de ruime beoordelingsmarge van sociale partners en dat er geen redenen waren om aan te nemen dat sociale partners niet alle belangen van de verschillende werknemers hebben meegewogen bij de totstandkoming van het nieuwe arbeidsvoorwaardenpakket.” Op grond hiervan oordeelde het CRM dat er voor het pensioenfonds “geen aanwijzingen bestonden waaruit zij redelijkerwijs had moeten concluderen dat in de nieuwe regeling verboden onderscheid op grond van leeftijd werd gemaakt”. Dat betekent volgens het CRM dat het pensioenfonds “dan ook geen verboden onderscheid op grond van leeftijd heeft gemaakt”.

Grensoverschrijdende uitvoering pensioenregelingen

Grensoverschrijdende uitvoering pensioenregelingen

In antwoord op Kamervragen van het lid Lodders (VVD) van 3 juni 2016 heeft het kabinet aangegeven te onderzoeken wat de precieze omvang en gevoelde urgentie is bij belanghebbenden met betrekking tot grensoverschrijdende dienstverlening bij pensioenregelingen. Met de brief van 21 december 2016 heeft de staatssecretaris van SZW de kamer geïnformeerd. De staatssecretaris ziet geen reden voor wijziging van de Nederlandse wetgeving. De keuze van uitvoering is aan de sociale partners. Een wijziging van het FTK en invoering van een sponsorgarantie zal niet overwogen worden in verband met het faillissementsrisico van de werkgever. [brief van 21 december 2016, kamerstuk 32043, nr. 352]

 

Zie verder Herziening Pensioenfondsrichtlijn

Zie ook: Kamervragen en antwoorden over “Luxemburg – route dd 29-12-2016″

Uitfasering pensioen in eigen beheer uitgesteld

UITFASERING PENSIOEN IN EIGEN BEHEER UITGESTELD

De stemming over het wetsvoorstel Wet fasering pensioen in eigen beheer is uitgesteld [kamerstuk 34555, B]. De reden is de volgende blijkens de brief van de staatssecretaris van Financiën: Vanuit de praktijk bereiken mij signalen over het gebruik van de mogelijkheden om de (toekomstige) indexatie van de opgebouwde pensioenaanspraken op het moment van afkoop of omzetting ten laste van de fiscale winst te brengen. Met het oog op een ordentelijke besluitvorming in uw Kamer is het noodzakelijk inzicht te hebben in de effecten daarvan, in het bijzonder de grootte van de groep die hiervan gebruikmaakt of kan maken. Hiervoor dient nader onderzoek plaats te vinden.

INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG 5 januari 2017 

De vaste commissie voor Financiën heeft in aanvulling op de reeds door de Tweede Kamer gevraagde brief aan de Staatssecretaris van Financiën, op 22 december 2016 een aantal vragen en opmerkingen aan de Staatssecretaris voorgelegd n.a.v. zijn brief van 20 december 2016 over het verzoek aan de Eerste Kamer om uitstel van de stemmingen over het wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen (Kamerstuk 34 555, nr. 9).

Fusie verplichte BPF ‘en

Met de brief van 22 december 2016 [kamerstuk 32043, nr. 351] informeert de staatssecretaris van SZW de Kamer over de randvoorwaarden die het kabinet voorstaat om fusies tussen verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen met tijdelijk afgescheiden vermogens mogelijk te maken. Dit zou door wetswijziging per 1 januari 2018 mogelijk moeten worden. De genoemde randvoorwaarden zijn er negen:

1. Het fusieplan moet een aantal specifieke elementen bevatten en, samen met de financiële en bedrijfsmatige opzet van het nieuwe fonds, voorafgaand aan de fusie aan DNB worden voorgelegd ter goedkeuring: DNB beschikt over bevoegdheden om een verbod op te leggen tot liquidatie of collectieve waardeoverdracht op grond van prudentiële overwegingen.

2. Verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen mogen tijdelijk financieel afgescheiden vermogens aanhouden:

3. Deze mogelijkheid om tijdelijk afgescheiden vermogens aan te houden wordt wettelijk beperkt tot 3 verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen: Een fusie kan plaatsvinden tussen maximaal drie verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen. Uitbreiding van de verplichtstelling tijdens de periode waarin tijdelijk afgescheiden vermogens worden aangehouden wordt niet.

4. Er is sprake van een duidelijke samenhang tussen de bedrijfstakken van de fuserende verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen:

5. Vrijwillige aansluitingen worden tijdelijk beperkt.

6. Geen verdere afscheiding pensioenvermogens.

7. Er is een fusievermogen.

8. Er is een goederenrechterlijke scheiding van vermogens.

9. Er is een rangregeling.

Fiscale pensioenrichtleeftijd verhoogd naar 68 jaar per 1-1-2018

Fiscale pensioenrichtleeftijd verhoogd naar 68 jaar per 1 januari 2018

Met het Besluit van tot wijziging van enige wetten en uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen is de pensioenrichtleeftijd in art. 18a Wet LB vanaf 1 januari 2018 op 68 jaar gesteld. Tegelijk wordt de opbouwperiode voor het deelnemingsjaren pensioen met ingang van 1 januari 2022 gesteld op 22 ¼ jaar. Dat houdt verband met de verhoging van de AOW leeftijd naar 67 jaar en 3 maanden per die datum.

hoed

Actuele rechtspraak december 2016

Booking.com is geen reisagent in de zin van verplichtstelling Bpf Reisbranche. Booking.com kan naar het oordeel van de kantonrechter niet als reisagent worden aangemerkt als bedoeld in het verplichtstellingsbesluit.

Uit de door Booking.com gegeven toelichting, die door het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Reisbranche niet inhoudelijk is bestreden, kan Booking.com naar het oordeel van de kantonrechter slecht worden beschouwd als een digitaal prikbord.
Rechtbank Amsterdam 30 december 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:9040
Wet: art. 2 Wet Bpf 2000

Korting op pensioen niet in strijd met eigendomsrecht, geen toetsing aan Handvest Grondrechten EU want de korting is niet in het EU recht geregeld

Tot de goederen die artikel 17 van het EU Handvest beoogd te beschermen behoort een aanspraak op een toegekende pensioenuitkering. Het Pensioenfonds voor verloskundigen heeft aan een gepensioneerde verloskundige in 2013 een pensioen toegekend. Het Pensioenfonds is van plan met ingang van 1 januari 2017 het pensioen te verlagen omdat dekking van de pensioenvoorzieningen niet voldoet aan de wettelijke eisen. De Wet verplichte beroepspensioenregeling staat vermindering van de toegekende pensioenuitkering toe. Volgens de verloskundige is vermindering van haar pensioenuitkering in strijd met het recht van de Europese Unie. Zij vordert in kort geding een verbod van vermindering van haar pensioenuitkering, vooruit lopend op een bodemprocedure. Volgens de voorzieningenrechter is niet te verwachten dat de rechter, oordelend in de bodemprocedure, zal concluderen dat het unierecht aan vermindering van de pensioenuitkering in de weg staat, zodat de gevorderde voorziening dient te worden afgewezen. Aan de verloskundige komt alleen een beroep op artikel 17 van het EU Handvest toe indien de Wet verplichte beroepspensioenregeling is te beschouwen als uitvoering van unierecht. Dat is volgens de voorzieningenrechter niet het geval omdat de Richtlijn waarop de verloskundige zich beroept (de IORP-richtlijn) wel beoogd de organisatie van in de EU bestaande beroepspensioenfondsen te harmoniseren, maar niet de pensioenstelsels. De IORP-richtlijn verbiedt vermindering van de uitkering ook niet. Omdat de vermindering van de pensioenuitkering een algemeen gerechtvaardigd belang dient, niet disproportioneel is (er is een “fair balance” tussen het individuele belang van de pensioengerechtigde verloskundige en het met de herstel maatregel gediende algemeen belang) is de maatregel van vermindering van de pensioenuitkering in dit geval evenmin in strijd met het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)
Rechtbank Zeeland West Brabant 1 december 2016, NL:RBZWB:2016:8093
Wet: 17 Handvest Grondrechten EU

Verhoging AOW en eigendomsrecht. Pas bij de toekenning van het AOW-pensioen worden beoordeeld of hij door de verschuiving van de aanvangsleeftijd een onevenredig zware last moet dragen. De omstandigheden waarin appellant nu verkeert, kunnen immers in de loop naar de pensioengerechtigde leeftijd nog wijzigen. Ook de financiële omstandigheden waarin appellant op zijn pensioengerechtigde leeftijd zal verkeren, staan nu nog geenszins vast.
CRvB 25 november 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4512
Wet: 1 Eerste Protocol EVRM

Vermindering pensioen in eigen beheer is afkoop. De werkgever vermindert op grond van de pensioenovereenkomst eenzijdig de pensioenrechten in verband met de financiële resultaten van de onderneming. De aanspraak is daarom prijsgegeven in de zin van artikel 19b, eerste lid, letter c, van de Wet op de loonbelasting 1964. De inspecteur had daarom de waarde van de hele pensioenaanspraak tot het belastbaar inkomen uit werk en woning moeten rekenen.
Rechtbank Den Haag 24 november 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:15350
Wet: Wet LB art. 19b lid 1, letter c

Verrekening schuld in r.c. met pensioenaanspraak is afkopen of vervreemden van pensioen en dus geheel belast

Bij de ontbinding op 31 december 2012 is eisers pensioenaanspraak verrekend met zijn schuld in rekening-courant aan de Holding. Gelet hierop is naar het oordeel van de rechtbank sprake van het afkopen of vervreemden van eisers pensioenaanspraak als bedoeld in artikel 19b, onder b, van de Wet LB. Verweerder heeft dan ook terecht de pensioenaanspraak van eiser aangemerkt als loon uit vroegere arbeid in het jaar 2012.
Rechtbank Den Haag 12 oktober 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:12255
Wet: Wet LB 19b onder b

Afkoopsom pensioen terecht in het jaar van betaling geheel in aanslag IB betrokken. Dat volgens belanghebbende het pensioenfonds ten onrechte tot afkoop is overgegaan staat niet ter beoordeling aan de belastingrechter.
Gerechtshof Den Bosch 23 september 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:4198
Wet: 3.146 Wet IB

Pensioen uit B.V. mag niet worden meegeteld bij antwoord op de vraag of sprake is van een zakelijke beloning

Belanghebbende (dga) geniet salaris en pensioen uit ‘zijn’ BV. Het totaalbedrag vergelijkt hij met het loon ter zake van soortgelijke dienstbetrekkingen. Het pensioen mag volgens de inspecteur en rechtbank niet worden meegeteld. Er moet sprake zijn van een relatie tussen de verrichte werkzaamheden en het zakelijk te achten salaris uit de BV.
Rechtbank Zeeland-West Brabant 23 augustus 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:5659
Wet: Wet LB art. 12a

Afstorten van dga pensioen volgens echtscheidingsbeschikking rechtbank van april 2016 bij een door de vrouw aan de te wijzen “pensioenverzekeraar”. De vrouw had gevorderd afstorting bij een verzekeringsmaatschappij “dan wel op een andere fiscaal toelaatbare wijze”. De vrouw vordert afstorting in een door haar opgerichte B.V. Volgens het Hof moet de beschikking van de rechtbank zo uitgelegd worden dat het onderdeel “dan wel op een andere fiscaal toelaatbare wijze” niet is afgewezen zodat afstorting in B.V. van de vrouw hier ook onder valt.
Rechtbank Den Haag 20 december 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:15931
Wet: art. 2 Wet VPS